Burgemeester Bart Horseling (PvdA) van Weesp onderschrijft de conclusies van het rapport van het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement. Daarin staat dat de gemeente Weesp onvoldoende regie heeft getoond bij de dreigingssituatie op twee scholen in februari van dit jaar. Maar aan opstappen denkt de burgemeester niet.
Wat is uw reactie op het rapport?
‘Ik had destijds direct al het gevoel dat het niet goed verlopen was en heb opdracht gegeven tot het onderzoek. De onderzoekers hebben de gebeurtenissen goed gefileerd. Ik kan de conclusies alleen maar onderschrijven.’
Die conclusies zijn niet mals.
‘Er is ook veel goed gegaan. We hebben de dreiging serieus genomen en maatregelen getroffen. Maar in de communicatie hebben we dit niet aangekund. Vooral in de communicatie tussen de burgemeester en derden.’
Hoe beoordeelt u uw eigen rol?
‘Je stelt je kwetsbaar op door zo’n onderzoek in te stellen. Er ontstond destijds een mediahype. De onderzoekers stellen ook dat veel kleinere gemeenten hier niet goed mee om hadden gegaan.’
U had te weinig regie en liet zich niet goed adviseren?
‘Het gaat om de lijn naar beneden in de organisatie. Hoe moet je dit aanpakken? Als er iets is, dan wil ik het horen. Dat ging niet goed.’
Uw gemeentelijke organisatie was onvoldoende toegerust op het omgaan met de ontstane onrust.
‘Nee, maar de gemeentelijke organisatie kan niet beter worden. Dat is hoe een kleine gemeente in elkaar zit.’
Wat de gemeente wel zou kunnen doen is ook niet gebeurd, zoals organisatorische opschaling.
‘Je zit in een hectische situatie met alle partijen aan tafel, het OM en de politie. Een ambtenaar schijnt toen gezegd te hebben dat we een organisatorische opschaling moesten doen, maar dat heb ik niet gehoord.’
Het eerst fysieke overleg tussen de driehoek na maandagochtend was pas op woensdagavond.
‘Je bent zo geobsedeerd bezig met alle gebeurtenissen. Het kwam gewoon niet bij mij op om de driehoek bij elkaar te roepen. Het had misschien wat rust en structuur gegeven ja, maar ik moet daarbij zeggen dat het bij de officier en de politie ook niet opgekomen is ons bij elkaar te roepen. Zoiets mag natuurlijk nooit meer gebeuren. Het gaat een stuk gemakkelijker als je elkaar in de ogen kunt kijken. We zijn tekortgeschoten in een aantal aspecten.’
Verbindt u consequenties aan de conclusies?
‘We zullen de organisatie moeten bijspijkeren in de communicatie en voorlichting. We hebben al maatregelen getroffen door een callcentre in te stellen voor de bevolking. Alle andere communicatie kan dan direct naar mij toe. We gaan ook overleggen met andere gemeenten over regionale samenwerking. Eergisteren hebben we nog een rampenoefening met een neergestort vliegtuig gedaan. Een dreigingssituatie is oefenstof voor een nieuwe oefening.’
En persoonlijke consequenties?
‘Dan heeft u het over opstappen. Daar zie ik geen reden toe. Veel gemeenten kan dit overkomen.’
Tot slot, al terugkijkend, verwijt u uzelf dan nog iets?
‘Misschien heb ik me teveel laten leiden door de pers. Niet zozeer de schrijvende, maar de televisie. Die wilden allemaal plaatjes en die heb ik teveel te woord gestaan. Dat is een leermoment. Je moet dat kanaliseren in persmomenten en anders is het gewoon jammer als je ze niet kunt spreken. Maar dat soort dingen realiseer je je daarna pas.’
Bron: (c) Binnelands Bestuur
Artikel:
www.binnenlandsbestuur.nl/nieuws/2009/10...ynkx?specialismId=93